Agrarisch natuurbeheer

Biologisch boeren is bedrijvigheid die past bij de omgeving. De cultuurhistorische waarden van het veenweidegebied worden zo veel mogelijk gerespecteerd. Er wordt niet getornd aan het weidse decor en open karakter van het land. Koeien en weidevogels vormen het vaste uitzicht. Sloten blijven gehandhaafd, percelen betrekkelijk klein. Het vormt de perfecte basis voor agrarisch natuurbeheer. Om het agrarische natuurbeheer nog meer handen en voeten te geven heeft de Beekhoeve een aparte vlindertuin en insectenhotel. Agrarisch natuurbeheer geeft boeren een aanvulling op het inkomen.

Denk bij agrarisch natuurbeheer aan het niet bemesten van slootkanten waardoor allerlei planten kunnen groeien en bloeien en het beschermen van nesten van weidevogels. Delen van het weideland worden vroeg in het seizoen gemaaid, andere delen later zodat weidevogels in alle rust kunnen broeden. Ook het behoud van het geriefhoutbosje middenin het weiland past bij het ondernemen met oog voor de omgeving. Om de natuur op en rond de boerderij te bevorderen, staan er bomen en struiken op het erf, waaronder struiken met bessen die vogels erg lekker vinden. Ook  zijn er plekjes met lang gras en heggen van snoeihout gemaakt. 
Ook bossen Brandnetels of plassen water op het erf zijn stimulerend voor de natuur. Zo legt de Dagpauwoog (vlinder) de eitjes op brandnetels, bouwt de Boerenzwaluw zijn nestje met modder en hebben kikkers en andere amfibieën ook belang bij vochtige plekjes. De boerderij op zich is ook erg stimulerend voor natuur. Zo vangt de boerenzwaluw veel vliegen rond de boerderij en profiteert de mus van alle voedselrestjes van het vee en heeft deze vogel ook nog voldoende plekjes om te broeden onder de dakpannen.